<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom" xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/" xmlns:g-custom="http://base.google.com/cns/1.0" xmlns:media="http://search.yahoo.com/mrss/" version="2.0">
  <channel>
    <title>93fdce42</title>
    <link>https://www.dogtection.nl</link>
    <description />
    <atom:link href="https://www.dogtection.nl/feed/rss2" type="application/rss+xml" rel="self" />
    <item>
      <title>Commitment bij micro-speurvoorwerpen binnen VST</title>
      <link>https://www.dogtection.nl/commitment-bij-micro-speurvoorwerpen-binnen-vst</link>
      <description />
      <content:encoded>&lt;div&gt;&#xD;
  &lt;img src="https://irp.cdn-website.com/6d593818/dms3rep/multi/YJLB7274.JPG" alt=""/&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;&#xD;
&lt;div data-rss-type="text"&gt;&#xD;
  &lt;h3&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Dit artikel beschrijft een praktijkgericht veldonderzoek naar commitment bij micro speurvoorwerpen binnen Variable Surface Tracking (VST). Het betreft nadrukkelijk geen wetenschappelijk onderzoek in de formele betekenis van het woord. Er is gewerkt met één hond-geleidercombinatie, de veldomstandigheden konden niet volledig worden gecontroleerd en het onderzoek vond plaats binnen een lopend trainingsproces.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/h3&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;&#xD;
&lt;div data-rss-type="text"&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Dat betekent dat de resultaten niet zonder meer kunnen worden gegeneraliseerd naar andere honden, andere trainingsmethoden of andere omstandigheden. Ook kunnen op basis van deze gegevens geen harde causale uitspraken worden gedaan over welke factor bepaald gedrag veroorzaakt.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Waarom het onderzoek dan toch uitvoeren?
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Omdat praktijkproblemen soms pas werkelijk inzichtelijk worden wanneer waarnemingen niet alleen worden onthouden, maar systematisch worden vastgelegd, gecategoriseerd en kritisch geanalyseerd. Een goed gedocumenteerde casus kan patronen zichtbaar maken, bestaande aannames ter discussie stellen en nieuwe hypothesen opleveren die vervolgens in training of vervolgonderzoek kunnen worden getoetst. Juist daarin ligt de waarde van dit veldonderzoek.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           De aanleiding: een ervaren speurhond die kleine voorwerpen voorbijliep
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           De aanleiding ontstond tijdens de training van een ervaren Mechelse herder binnen Variable Surface Tracking.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           De hond had meerdere jaren ervaring met speurwerk (sportspeuren) en vond en verwees grotere speurvoorwerpen van ongeveer 10-15 cm doorgaans consequent. Bij de overstap naar veel kleinere speurvoorwerpen van ongeveer 1-2 cm ontstond echter een ander beeld: sommige objecten werden direct verwezen, andere werden enkele passen voorbijgelopen waarna de hond zelfstandig terugkeerde, en weer andere leken wel een subtiele reactie op te roepen zonder dat een volledige verwijzing volgde. Ook kwamen daadwerkelijke misses voor.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Dat riep een belangrijkere vraag op dan alleen:
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           "Waarom mist de hond voorwerpen?"
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           De interessante vraag werd:
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           "Wat gebeurt er tussen het moment waarop een hond mogelijk informatie over een micro-speurvoorwerp ontvangt en het moment waarop hij daadwerkelijk besluit zijn locomotie te onderbreken en het voorwerp te verwijzen?"
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Daarmee verschoof de aandacht van alleen vinden of missen naar het proces dat daaraan voorafgaat.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Waarom 'commitment'?
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Binnen dit onderzoek wordt commitment gebruikt voor het moment waarop de waargenomen informatie voldoende gewicht krijgt om daadwerkelijk te leiden tot de aangeleerde verwijzing.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Dat onderscheid is belangrijk. Geurwaarneming, gedragsmatige verwerking en een uiteindelijke verwijzing zijn niet noodzakelijk precies hetzelfde moment.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Een hond kan bijvoorbeeld een voorwerp passeren, daarna zelfstandig omdraaien en het alsnog overtuigend verwijzen. Het eindresultaat is succesvol, maar het gedrag verschilt duidelijk van een hond die al vóór passage onmiddellijk tot zijn verwijzing komt. Om zulke verschillen systematisch te kunnen registreren, werd een eigen operationeel begrippenkader gebruikt.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Vier uitkomsten: direct commitment, overshoot, sub-threshold en miss
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Direct commitment
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Van direct commitment werd gesproken wanneer de hond bij het passeren van het micro-speurvoorwerp direct en duidelijk tot de aangeleerde verwijzing kwam, zonder het object eerst voorbij te lopen.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           In regulier detectiewerk zou het uiteindelijke gedrag vaak simpelweg worden aangeduid als een indication of final response. Binnen dit onderzoek was echter ook het moment waarop die respons ontstond relevant. Daarom werd gekozen voor de specifiekere term direct commitment.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Overshoot
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Een overshoot werd geregistreerd wanneer de hond het voorwerp eerst passeerde, maar vervolgens zelfstandig terugkeerde en alsnog correct verwees.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Het voorbijlopen van een geurbron is speurhondentraining zeker geen onbekend verschijnsel en wordt onder meer beschreven als overrunning the source. In dit onderzoek werd de term overshoot gebruikt omdat niet alleen het voorbijlopen zelf relevant was, maar vooral de combinatie van passage, zelfstandige correctie en uiteindelijke verwijzing.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Een beperkte overshoot van enkele passen werd bovendien niet automatisch als trainingsfout beschouwd. Binnen de onderzochte functionele context stond betrouwbare objectidentificatie centraal; een hond die het object kort passeert maar zelfstandig terugkeert en stabiel verwijst, heeft het object uiteindelijk wel succesvol verwerkt.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Sub-threshold gedrag
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Met sub-threshold gedrag werd een situatie bedoeld waarin de hond een waarneembare gedragsverandering liet zien, bijvoorbeeld een korte vertraging, neusdip of lichte oriëntatie, maar niet tot volledige verwijzing kwam.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           De term is ontleend aan principes uit detectie- en gedragstheorie rond drempelprocessen. Binnen het onderzoek werd hij operationeel gebruikt voor gedrag dat erop kan wijzen dat de aangeboden informatie wel invloed heeft op het gedrag, maar onvoldoende resulteert in zichtbaar commitment.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Miss
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Een miss was de meest eenvoudige categorie: de hond passeerde het micro-speurvoorwerp zonder waarneembare objectgerichte reactie en zonder verwijzing.
           &#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            ﻿
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;&#xD;
&lt;div&gt;&#xD;
  &lt;img src="https://irp.cdn-website.com/6d593818/dms3rep/multi/Detectiegedrag+bij+micro-speurvoorwerpen.png" alt=""/&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;&#xD;
&lt;div data-rss-type="text"&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Waarom niet gewoon bestaande vaktermen gebruiken?
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Dat was een bewuste keuze.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Termen als indication en final response zijn bruikbaar wanneer vooral wordt gekeken of de hond uiteindelijk wel of niet verwijst. Voor deze casus waren ze te grofmazig.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Het onderzoek wilde juist onderscheid kunnen maken tussen:
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           directe verwijzing → passage gevolgd door zelfcorrectie → subtiele reactie zonder verwijzing → geen zichtbare reactie.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Met alleen goed/fout of indication/no indication zouden die gedragsverschillen verdwijnen.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Het gebruikte begrippenkader is daarom niet bedoeld als poging om nieuwe universele K9-terminologie te introduceren. Het zijn operationele definities die specifiek zijn gekozen om dit praktijkprobleem reproduceerbaar te kunnen registreren en analyseren. In het onderzoeksrapport wordt datzelfde onderscheid expliciet gemaakt.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Dat is belangrijk, want een terminologisch label heeft alleen waarde wanneer duidelijk is wat ermee wordt bedoeld en hoe het wordt gescoord.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Van één oorzaak naar een multifactorieel model
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           In eerste instantie lagen voor de hand liggende verklaringen op tafel. Misschien liep de hond de objecten voorbij doordat hij te snel werkte. Misschien lag het aan gras en vegetatie. Misschien hield het ene materiaal meer menselijke geur vast dan het andere.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Tijdens het onderzoek bleek het moeilijk om één factor als de verklaring aan te wijzen. Daarom ontstond een werkhypothese waarin drie groepen factoren samen werden bekeken:
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           tempo x vegetatie x object-salience
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Tempo
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Bij een hoger locomotietempo is er minder tijd tussen het ontvangen van informatie en de volgende pas, terwijl tegelijkertijd een lopende beweging moet worden afgeremd. In het verklaringsmodel werd daarom verondersteld dat tempo invloed kan hebben op de overgang van informatieverwerking naar daadwerkelijke verwijzing.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Vegetatie
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           De problematiek was vooral zichtbaar op gevegeteerde ondergrond. Binnen het model werd verondersteld dat vegetatie het relatieve contrast tussen spooromgeving en het zeer kleine object kan beïnvloeden.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Belangrijk is dat het onderzoek uiteindelijk bewust tot kort en middelhoog gras werd afgebakend. Daardoor kunnen de uitkomsten niet worden doorgetrokken naar verharding of andere ondergronden.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Object-salience
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Het micro-speurvoorwerp zelf werd eveneens als variabele beschouwd.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Met object-salience werd binnen het onderzoek bedoeld: de mate waarin het object door onder meer materiaal en actuele geurbelasting voldoende perceptueel gewicht krijgt binnen het totale geurveld.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           De gebruikte micro-speurvoorwerpen waren onder meer kleine metalen ringen en kleine messing patroonhulzen. Materiaal, recente menselijke contaminatie en de tijd tussen hanteren en plaatsing kunnen mogelijk invloed hebben op de beschikbare geurinformatie. Het onderzoek was echter niet opgezet als gecontroleerde materiaalvergelijking, zodat hierover geen causale conclusies kunnen worden getrokken.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Het resulterende model moet daarom nadrukkelijk als werkhypothese worden gelezen. Het sluit aan bij bestaande principes uit onder meer responsinhibitie, Signal Detection Theory en onderzoek naar detectie onder verschillende achtergrondcondities, maar er bestaan volgens het rapport voor zover bekend geen gecontroleerde experimentele studies die specifiek het overlopen van micro-speurvoorwerpen binnen VST onderzoeken.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Wat is er daadwerkelijk geregistreerd?
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Het praktijkonderzoek liep van 3 maart tot en met 23 juni 2026.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           In totaal werden:
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           22 sporen uitgewerkt en 80 afzonderlijke objectwaarnemingen geregistreerd.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           De verdeling was:
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;&#xD;
&lt;div data-rss-type="text"&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Wanneer direct commitment en overshoot samen worden beschouwd als succesvolle objectverwerking, werd 60% van de micro-speurvoorwerpen uiteindelijk correct verwezen.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Juist die uitsplitsing bleek waardevol. Een eenvoudige score 48 gevonden, 32 niet gevonden zou een belangrijk deel van het gedrag hebben verborgen.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Een opvallende bevinding: overshoot was geen uitzondering
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Van de 48 succesvolle objectverwerkingen bestonden er 28 uit een overshoot en slechts 20 uit direct commitment. Meer dan de helft van de succesvolle objectverwerkingen ontstond dus nadat het voorwerp aanvankelijk al was gepasseerd.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Bij vrijwel alle succesvolle overshoots keerde de hond binnen drie passen zelfstandig terug; slechts eenmaal werd een correcte verwijzing na vier passen geregistreerd.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Dat verandert de manier waarop zo'n passage kan worden geïnterpreteerd.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Wanneer uitsluitend wordt gekeken naar het exacte moment waarop de hond het object passeert, zou een overshoot snel als fout kunnen worden beoordeeld. Deze casus laat juist zien dat passage en mislukte objectverwerking niet hetzelfde hoeven te betekenen.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Een beperkte overshoot kan onderdeel zijn van een proces dat alsnog eindigt in een correcte en zelfstandige verwijzing. Dat wil uiteraard niet zeggen dat iedere overshoot wenselijk of operationeel acceptabel is. De betekenis hangt af van de taak. In een context waarin zeer precieze objectlokalisatie noodzakelijk is, kan één of twee meter doorlopen heel andere gevolgen hebben dan in een trainingssituatie waarin een terugkeer van enkele passen nog functioneel acceptabel is.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Geen simpele verklaring gevonden
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Een van de belangrijkste uitkomsten was misschien juist wat niet kon worden aangetoond.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Er werden succesvolle en niet-succesvolle objectverwerkingen gezien bij verschillende weersomstandigheden, spoorlengtes, vegetatiesituaties en objectmaterialen. Geen enkele geregistreerde variabele kon op zichzelf alle uitkomsten verklaren.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Dat ondersteunt een multifactorieel perspectief, maar bewijst niet dat het oorspronkelijke tempo x vegetatie x object-salience-model daarmee volledig correct is.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Omdat variabelen niet gecontroleerd en onafhankelijk gemanipuleerd werden, kan niet worden vastgesteld hoeveel invloed tempo, vegetatie, materiaal, geurbelasting of andere factoren afzonderlijk hadden.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Dat onderscheid is cruciaal:
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           de observaties zijn verenigbaar met een multifactorieel model, maar het onderzoek valideert dat model niet als causale verklarinng.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Een tweede fase met een opvallend ander patroon
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Tijdens het onderzoek ontstond onvoorzien een onderbreking. Na een medische ingreep volgde een herstart- en herstelperiode voordat de reguliere veldtesten weer werden hervat.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Voor de onderbreking werden 49 objectwaarnemingen geregistreerd. Daarvan waren er 22 succesvol verwerkt: 44,9%.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Na hervatting werden 31 objectwaarnemingen geregistreerd, waarvan er 26 succesvol werden verwerkt: 83,9%. In deze tweede onderzoeksfase werden bovendien geen sub-threshold waarnemingen meer geregistreerd. Dat verschil is opvallend, maar moet voorzichtig worden geïnterpreteerd.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Tussen beide fasen veranderde veel meer dan alleen het verstrijken van tijd: er was een medische onderbreking, een gecontroleerde herstart, aanvullende trainingen en herstel van de objectkoppeling. Daarom kan niet worden vastgesteld waardoor de verbetering ontstond.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Juist dat is een voorbeeld van het verschil tussen een interessante praktijkbevinding en een causale wetenschappelijke conclusie.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Wat kunnen we hier wél uit concluderen?
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Binnen deze specifieke hond-geleidercombinatie bleek het gedrag rond micro-speurvoorwerpen geen verzameling losse incidenten. Direct commitment, overshoots, sub-threshold reacties en misses traden herhaaldelijk op en konden systematisch worden geregistreerd.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
      
           De gegevens ondersteunen daardoor een genuanceerdere kijk op objectverwerking:
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           waarnemen, verwerken en verwijzen hoeven niet als één binair moment te worden beschouwd.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Commitment lijkt zich binnen deze casus in verschillende zichtbare vormen te manifesteren. Een hond die niet onmiddellijk verwijst, heeft niet noodzakelijk hetzelfde gedaan als een hond die volledig zonder objectgerichte reactie doorloopt.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Tegelijkertijd kan uit deze ene casus niet worden geconcludeerd dat dit proces bij alle honden hetzelfde verloopt. Het onderzoek omvatte één hond en vond uitsluitend plaats binnen een specifieke VST-context op voornamelijk kort tot middelhoog gras.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Waarom is deze kennis praktisch bruikbaar?
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           De belangrijkste winst zit misschien niet eens in de percentages. Het onderzoek veranderde vooral de manier van kijken.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Wanneer iedere objectpassage alleen als gevonden of gemist wordt geregistreerd, verdwijnen veel relevante gedragsinformatie en trainingsvragen. Door afzonderlijk te registreren of sprake was van direct commitment, een overshoot, sub-threshold gedrag of een miss, kunnen patronen zichtbaar worden die anders verborgen blijven.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Dat kan bijvoorbeeld helpen om gerichtere vragen te stellen:
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;ul&gt;&#xD;
    &lt;li&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            Waarom ontstaan misses vooral op bepaalde momenten?
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/li&gt;&#xD;
    &lt;li&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            Verandert de lengte van een overshoot wanneer het tempo verandert?
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/li&gt;&#xD;
    &lt;li&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            Is het gedrag anders in kort of hoger gras?
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/li&gt;&#xD;
    &lt;li&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            Zijn bepaalde objectmaterialen vaker betrokken bij misses?
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/li&gt;&#xD;
    &lt;li&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            Wat gebeurt er na een nieuwe aanzet?
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/li&gt;&#xD;
    &lt;li&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            Heeft een hond vooral moeite met detecteren, of juist met de overgang van tekenen naar een volledige verwijzing?
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/li&gt;&#xD;
  &lt;/ul&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Niet iedere vraag kan vervolgens binnen een gewone trainingssituatie wetenschappelijk worden beantwoord. Maar betere vragen leiden vaak wel tot betere trainingsbeslissingen.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Van trainingsprobleem naar onderzoekende praktijk
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            Dit veldonderzoek begon met iets heel praktisch: een hond die kleine speurvoorwerpen soms voorbijliep.
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Door het gedrag niet onmiddellijk toe te schrijven aan één oorzaak, maar eerst systematisch te observeren, ontstond een ander beeld. Overshoot bleek niet hetzelfde als een miss. Subtiele gedragsveranderingen konden apart worden geregistreerd. En de oorspronkelijke aanname dat tempo of vegetatie waarschijnlijk dé verklaring zou zijn, maakte plaats voor een complexer perspectief.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Daarin zit voor mij de belangrijkste waarde van praktijkgericht onderzoek.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Niet omdat één casus algemene waarheid oplevert.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Wel omdat zorgvuldig kijken, registreren en kritisch blijven voorkomen dat een trainer of geleider te snel conclusies trekt op basis van indrukken.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Evidence-informed werken begint niet altijd met een wetenschappelijk experiment. Soms begint het met een goede praktijkvraag en met de bereidheid om je eigen aannames toetsbaar te maken.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Over dit onderzoek
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Dit artikel is gebaseerd op het praktijkonderzoek:
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Dijksma, S. (2026). Commitment bij micro-speurvoorwerpen binnen Variable Surface Tracking (VST): een geïntegreerde tempo x vegetatie x object-salience-model. Praktijkonderzoek binnen één hond-geleidercombinatie, maart-juni 2026.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Het onderzoek omvatte 22 veldtesten/sporen en 80 geregistreerde objectwaarnemingen. Het betreft een praktijkgericht casusonderzoek en geen gecontroleerd wetenschappelijk experiment. De resultaten moeten daarom binnen de beschreven casus en onderzoekscontext worden geïnterpreteerd.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Auteur: Sander Dijksma/Dogtection B.V.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Beeldmateriaal: eigen werk, de infographic is mede tot stand gekomen met behulp van AI.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;</content:encoded>
      <enclosure url="https://irp.cdn-website.com/6d593818/dms3rep/multi/YJLB7274.JPG" length="400194" type="image/jpeg" />
      <pubDate>Tue, 08 Sep 2026 00:05:55 GMT</pubDate>
      <guid>https://www.dogtection.nl/commitment-bij-micro-speurvoorwerpen-binnen-vst</guid>
      <g-custom:tags type="string">Artikel</g-custom:tags>
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/6d593818/dms3rep/multi/Speuren+HIA.jpg">
        <media:description>thumbnail</media:description>
      </media:content>
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/6d593818/dms3rep/multi/YJLB7274.JPG">
        <media:description>main image</media:description>
      </media:content>
    </item>
    <item>
      <title>Geur herkennen: meer dan één receptor</title>
      <link>https://www.dogtection.nl/geur-herkennen-meer-dan-een-receptor</link>
      <description>Hoe herkent een hond geur? Lees hoe geurmoleculen meerdere receptoren activeren en hoe patroonherkenning bijdraagt aan geurperceptie en K9-neuswerk.</description>
      <content:encoded>&lt;div&gt;&#xD;
  &lt;img src="https://irp.cdn-website.com/6d593818/dms3rep/multi/Scent+wheel_scent+wheel+cones+%282%29-c7ce1604.png" alt=""/&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;&#xD;
&lt;div data-rss-type="text"&gt;&#xD;
  &lt;h3&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Wanneer een hond een geur waarneemt, gebeurt er veel meer dan simpelweg 'een geur ruiken'. Geurmoleculen bereiken het reukepitheel, activeren daar olfactorische receptoren en veroorzaken zo een patroon van zenuwactiviteit dat door de hersenen verder wordt verwerkt.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/h3&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;&#xD;
&lt;div data-rss-type="text"&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Een belangrijk uitgangspunt daarbij is dat het reuksysteem niet werkt volgens het eenvoudige principe: één geur = één receptor. Geurherkenning ontstaat juist uit combinaties en patronen van receptoractivatie.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Van geurmolecuul naar reukepitheel
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Wanneer vluchtige geurcomponenten via de neus worden ingeademd, kunnen zij het olfactorische deel van de neusholte bereiken. Daar bevindt zich het reukepitheel: gespecialiseerd weefsel waarin de olfactorische receptorneuronen liggen.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Op de cilia van deze receptorneuronen bevinden zich de olfactorische receptoren. Wanneer geschikte geurcomponenten met deze receptoren interacteren, ontstaat een biologisch signaal dat door de receptorcel wordt omgezet in elektrische activiteit.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           De informatie wordt vervolgens via de olfactorische zenuwvezels naar de reukbol, de bulbus olfactorius, geleid en van daaruit verder verwerkt in de hersenen.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Niet één molecuul, één receptor
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Het is verleidelijk om geurreceptoren te vergelijken met een eenvoudig slot-en-sleutelsysteem: één molecuul past op één receptor en die receptor vertegenwoordigt vervolgens één bepaalde geur. Zo werkt het olfactorische systeem echter niet.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Een geurmolecuul kan verschillende receptortypen activeren, vaak in verschillende mate. Tegelijkertijd kan één receptortype reageren op meerdere verschillende geurmoleculen, zolang bepaalde moleculaire eigenschappen voldoende overeenkomen.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Dat betekent bijvoorbeeld dat:
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;ul&gt;&#xD;
    &lt;li&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            molecuul A receptor 1 sterk, receptor 2 matig en receptor 3 zwak kan activeren;
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/li&gt;&#xD;
    &lt;li&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            molecuul B receptor 2 en receptor 4 kan activeren;
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/li&gt;&#xD;
    &lt;li&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            een ander molecuul weer een gedeeltelijk overlappend patroon kan veroorzaken.
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/li&gt;&#xD;
  &lt;/ul&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Het is dus niet één afzonderlijke receptor die de identiteit van een geur bepaalt.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Combinatorische receptoractiviteit
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Door deze overlap ontstaat wat we kunnen zien als een patroon van receptoractivatie. Verschillende geurcomponenten veroorzaken verschillende combinaties en activatiesterktes van receptoren. Het zenuwstelsel  verwerkt de informatie uit die combinaties als een geheel. Dit wordt ook wel combinatorische codering genoemd.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Hierdoor kan een relatief beperkt aantal receptortypen informatie leveren over een enorm aantal mogelijke geurstoffen en geurmengsels. De hersenen hoeven dus niet voor iedere mogelijke geur over één exclusieve receptor te beschikken. Ze kunnen onderscheid maken op basis van het totale activatiepatroon.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;&#xD;
&lt;div&gt;&#xD;
  &lt;img src="https://irp.cdn-website.com/6d593818/dms3rep/multi/Geurreceptoren+%283%29.png" alt=""/&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;&#xD;
&lt;div data-rss-type="text"&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Een geur is vaak een mengsel
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           In de praktijk bestaat een geur meestal niet uit één enkel molecuul. Een voorwerp, biologisch materiaal, verdovend middel of andere geurbron kan een groot aantal vluchtige componenten afgeven. Die componenten bereiken niet allemaal in dezelfde hoeveelheid de neus en hoeven ook niet allemaal dezelfde receptoren te activeren. Samen leveren zij echter een complex olfactorisch patroon op.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Dat betekent dat wij in de praktijk aanduiden als bijvoorbeeld 'de geur van X' fysiologisch gezien geen enkelvoudig signaal hoeft te zijn. Het is eerder het resultaat van de verwerking van een combinatie van geurcomponenten.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Van receptoractivatie naar geurherkenning
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Receptoractivatie alleen is nog geen herkenning. De signalen vanuit de receptorneuronen worden in de reukbol en andere delen van het zenuwstelsel verder georganiseerd en verwerkt. Uiteindelijk ontstaat daaruit een geurperceptie. Door leren kan zo'n geurperceptie betekenis krijgen voor de hond.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Wanneer een hond tijdens detectietraining leert dat een bepaalde target odor relevant is, wordt niet één specifieke receptor 'getraind'. De hond leert betekenis toe te kennen aan de olfactorische informatie die bij de geur hoort. Dat onderscheid is belangrijk.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Wat betekent dit voor K9-neuswerk?
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Voor K9-neuswerk helpt dit principe om beter te begrijpen waarom geurherkenning complexer is dan simpelweg het aanleren van één molecuul.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Een target odor kan uit meerdere vluchtige componenten bestaan en de verhoudingen tussen die componenten kan veranderen door bijvoorbeeld:
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;ul&gt;&#xD;
    &lt;li&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            materiaal;
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/li&gt;&#xD;
    &lt;li&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            temperatuur;
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/li&gt;&#xD;
    &lt;li&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            veroudering;
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/li&gt;&#xD;
    &lt;li&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            omgeving;
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/li&gt;&#xD;
    &lt;li&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            verpakking;
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/li&gt;&#xD;
    &lt;li&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            opslag;verdamping.
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/li&gt;&#xD;
  &lt;/ul&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            Toch kan een hond onder bepaalde omstandigheden leren om relevante overeenkomsten in de beschikbare geurinformatie te herkennen.
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Daarmee komen ook belangrijke trainingsvragen in beeld. Welke delen van een geurprofiel leert de hond daadwerkelijk als relevant? Hoe breed generaliseert de hond? En welke componenten of contextuele geuren kunnen onbedoeld onderdeel worden van wat hij heeft geleerd? Dat zijn vragen die direct raken aan geurimprinting, generalisatie en discriminatie.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Receptorvernieuwing
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Een bijzonder kenmerk van het olfactorische systeem is dat olfactorische receptorneuronen gedurende het leven kunnen worden vernieuwd. Dat onderscheidt deze zintuigcellen van veel andere neuronen in het zenuwstelsel.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Meer dan één receptor
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Geurherkenning is dus geen eenvoudige één-op-één relatie tussen een geurmolecuul en een receptor. Een geurcomponent kan meerdere receptortypen activeren, één receptortype kan op verschillende moleculen reageren en uit die combinatie ontstaat een specifiek activatiepatroon.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           De hersenen verwerken dat patroon tot geurperceptie. Door leren kan die perceptie vervolgens betekenis krijgen. Voor K9-neuswerk is dat een belangrijk uitgangspunt: de hond leert niet één receptor reactie herkennen, maar verwerkt een complex patroon van geurinformatie.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            *
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Beeldmateriaal: eigen werk, mede tot stand gekomen met behulp van AI.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;</content:encoded>
      <pubDate>Mon, 07 Sep 2026 11:28:53 GMT</pubDate>
      <guid>https://www.dogtection.nl/geur-herkennen-meer-dan-een-receptor</guid>
      <g-custom:tags type="string">Artikel</g-custom:tags>
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/6d593818/dms3rep/multi/Scent+wheel_scent+wheel+cones+%282%29.png">
        <media:description>thumbnail</media:description>
      </media:content>
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/6d593818/dms3rep/multi/Scent+wheel_scent+wheel+cones+%282%29.png">
        <media:description>main image</media:description>
      </media:content>
    </item>
    <item>
      <title>Snuffelademhaling: hoe de hondenneus geur bemonstert</title>
      <link>https://www.dogtection.nl/snuffelademhaling-hoe-de-hondenneus-geur-bemonstert</link>
      <description>Hoe bemonstert een hond geur tijdens het snuffelen? Lees hoe snuffelademhaling, luchtstromen en de anatomie van de hondenneus bijdragen aan geurdetectie.</description>
      <content:encoded>&lt;div&gt;&#xD;
  &lt;img src="https://irp.cdn-website.com/6d593818/dms3rep/multi/M1+stap+4+tm+7+%282%29-11be2d80.PNG" alt=""/&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;&#xD;
&lt;div data-rss-type="text"&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Wanneer een hond actief met geur bezig is, gebeurt er in de neus iets anders dan tijdens gewone ademhaling. Snuffelen is niet simpelweg sneller ademhalen. Het is een gespecialiseerde manier van lucht en geurformatie bemonsteren.
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Voor K9-neuswerk is dat relevant. Wie beter begrijpt hoe lucht door de hondenneus wordt geleid, begrijpt ook beter waarom actief snuffelen zo'n belangrijke rol speelt bij het verzamelen en verwerken van geurinformatie.
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;&#xD;
&lt;div data-rss-type="text"&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Normale ademhaling
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Tijdens normale ademhaling heeft de ingeademde lucht vooral een respiratoire functie. In de neusholte wordt de lucht onder andere verwarmd, bevochtigd en gereinigd, waarna het grootste deel via het respiratoire deel richting de longen stroomt.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Ook tijdens normale ademhaling kan geurinformatie het olfactorische gebied bereiken. De hoofdroute van de lucht is echter respiratoir.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Wat verandert er tijdens snuffelen?
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Tijdens actief snuffelen verandert zowel de frequentie van de ademhaling als het luchtstroompatroon in de neus. De hond maakt korte, snelle ademcycli, waarbij een deel van de ingeademde lucht via een gespecialiseerde route naar het olfactorische deel van de neusholte wordt geleid.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Dit maakt snuffelen functioneel anders dan gewone ademhaling. De hond gebruikt de neus niet alleen om lucht naar de longen te verplaatsen, maar tegelijkertijd om de omgeving actief op vluchtige geurcomponenten te bemonsteren.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           De exacte snuffelfrequentie is niet voor iedere hond en iedere situatie hetzelfde. In verschillende bronnen en onderzoeken worden uiteenlopende waarden genoemd. Belangrijker dan één vast getal is het principe dat de ademfrequentie tijdens actief snuffelen sterk toeneemt en dat de luchtstroom in de neus verandert.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           De olfactorische recess
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Achter in de hondenneus bevindt zich de olfactorische recess. Dit is een gespecialiseerd gedeelte van de neusholte dat functioneel grotendeels gescheiden is van de belangrijkste respiratoire luchtstroom.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Tijdens snuffelen wordt een deel van de ingeademde lucht naar dit gebied geleid. De lucht bereikt daar de complexe ethmoturbinaten: fijne, sterk gevouwen structuren die een groot oppervlak vormen. Op deze structuren bevindt zich voor een belangrijk deel het reukepitheel.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Het reukepitheel
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Het reukepitheel is een gespecialiseerde mucosale bekleding waarin de olfactorische receptorneuronen zich bevinden. Vluchtige geurcomponenten die met de ingeademde lucht worden meegevoerd, moeten het reukepitheel bereiken om met het olfactorische systeem in contact te kunnen komen. Daar kunnen zij verschillende combinaties van geurreceptoren activeren.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           De axonen van de olfactorische receptorneuronen vormen fijne zenuwvezelbundels, de fila olfactoria. Deze lopen door de lamina cribrosa, de zeefplaat tussen de neusholte en de schedelholte, naar de reukbol of bulbus olfactorius. Van daaruit wordt de olfactorische informatie verder verwerkt in de hersenen.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;&#xD;
&lt;div&gt;&#xD;
  &lt;img src="https://irp.cdn-website.com/6d593818/dms3rep/multi/Snuffelademhaling_3.png" alt=""/&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;&#xD;
&lt;div data-rss-type="text"&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Wat gebeurt er tijdens uitademing?
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           ook tijdens de uitademing speelt de bijzondere anatomie van de hondenneus een belangrijke rol. De uitgaande lucht volgt voornamelijk de respiratoire route. Door de olfactorische recess stroomt tijdens de uitademing relatief weinig lucht. De lucht die tijdens het snuffelen het olfactorische gebied heeft bereikt, wordt daardoor niet direct via dezelfde route weer naar buiten geblazen.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Hierdoor kunnen geurcomponenten langer beschikbaar blijven in het gebied van het reukepitheel. Dat maakt de olfactorische recess niet alleen een plaats waar geurinformatie binnenkomt, maar ook een anatomisch gebied waarin die informatie tijdelijk wordt vastgehouden en bemonsterd.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Van vluchtige componenten naar geurherkenning
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Een geur bestaat doorgaans niet uit één enkel molecuul. In veel gevallen gaat het omeen mengsel van vluchtige chemische componenten, waaronder VOC's, vluchtige organische componenten/volatile organic compounds.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Deze componenten kunnen verschillende typen olfactorische receptoren activeren. Eén geurmolecuul kan meerdere receptortypen beïnvloeden, terwijl één receptortype op verschillende moleculen kan reageren. Daaruit ontstaat een patroon van receptoractivatie.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           De informatie uit deze patronen wordt via het olfactorische systeem verder verwerkt. Door leren kan een bepaald geurpatroon betekenis krijgen voor de hond en uiteindelijk worden herkend als bijvoorbeeld een aangeleerde target odor.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Waarom is dit relevant voor K9-neuswerk?
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Bij K9-neuswerk kijken we vaak naar zichtbaar zoekgedrag: waar zoekt de hond, hoe beweegt de hond, hoe lang onderzoekt de hond een gebied en hoe komt de hond tot een verwijzing?
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Maar daaronder speelt een fysiologisch proces dat minstens zo belangrijk is. Een hond die actief snuffelt, bemonstert voortdurend de lucht en de daarin aanwezige geurcomponenten. De manier waarop hij snuffelt beïnvloedt hoe geurinformatie het olfactorische systeem bereikt.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Dat betekent dat niet alleen de aanwezigheid van geur belangrijk is, maar ook de manier waarop de hond die geur kan bemonsteren. Voor training kan het daarom waardevol zijn om niet alleen te kijken naar het eindresultaat (het vinden van een target odor), maar ook naar het zoekproces dat daaraan voorafgaat.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Snuffelen is meer dan sneller ademhalen
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Snuffelen is een gespecialiseerde fysiologische strategie waarmee de hond geurinformatie uit zijn omgeving verzamelt. De combinatie van snelle ademcycli, gespecialiseerde luchtstromen, de olfactorische recess, het reukepitheel en de verdere verwerking in het zenuwstelsel maakt het mogelijk om uiterst complexe geurpatronen te bemonsteren en te herkennen.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Voor wie met honden in neuswerk werkt, is inzicht in deze processen daarom meer dan alleen interessante anatomie. Het helpt om het gedrag dat we tijdens zoeken en detecteren zien beter te begrijpen.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;br/&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            *
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Beeldmateriaal: eigen werk, de infographic is mede tot stand gekomen met behulp van AI.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;&#xD;
&lt;div&gt;&#xD;
  &lt;img src="" alt=""/&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;</content:encoded>
      <enclosure url="https://irp.cdn-website.com/6d593818/dms3rep/multi/M1+stap+4+tm+7+%282%29.PNG" length="1134915" type="image/png" />
      <pubDate>Sun, 06 Sep 2026 18:18:19 GMT</pubDate>
      <guid>https://www.dogtection.nl/snuffelademhaling-hoe-de-hondenneus-geur-bemonstert</guid>
      <g-custom:tags type="string">Artikel</g-custom:tags>
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/6d593818/dms3rep/multi/Snuffelademhaling_3.png">
        <media:description>thumbnail</media:description>
      </media:content>
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/6d593818/dms3rep/multi/M1+stap+4+tm+7+%282%29.PNG">
        <media:description>main image</media:description>
      </media:content>
    </item>
    <item>
      <title>Maintrailing onder de loep: hoe betrouwbaar is de eerste spoorkeuze?</title>
      <link>https://www.dogtection.nl/mantrailing-onder-de-loep-eerste-spoorkeuze</link>
      <description />
      <content:encoded>&lt;div&gt;&#xD;
  &lt;img src="https://irp.cdn-website.com/6d593818/dms3rep/multi/2025_variabel+oppervlakte+speuren+%287%29-24d6cab6.png" alt=""/&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;&#xD;
&lt;div data-rss-type="text"&gt;&#xD;
  &lt;h3&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Bij mantrailing krijgt een hond doorgaans een geurartikel van een specifiek persoon aangeboden, waarna hij het spoor van die persoon moet selecteren en volgen. Dat lijkt op het eerste gezicht eenvoudig te omschrijven, maar onderliggend wordt een belangrijke aanname gedaan: de hond moet alleen een menselijk spoor kunnen volgen, maar ook kunnen bepalen welk spoor hoort bij de individuele geur die op het geurartikel wordt aangeboden.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/h3&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;&#xD;
&lt;div data-rss-type="text"&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Juist dat eerste beslismoment stond centraal in een in 2026 gepubliceerd onderzoek van Vera Volmary. Onder gerandomiseerde en dubbelblinde veldomstandigheden werd onderzocht of mantrailinghonden bij de start betrouwbaar het juiste individuele spoor konden selecteren.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           De uitkomsten zijn interessant, maar vragen ook om nuance. Het onderzoek toont namelijk niet aan dat honden geen menselijke geuren kunnen onderscheiden of dat zij geen spoor kunnen volgen. De vraag was veel specifieker.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Individuele geur herkennen is niet hetzelfde als het juiste spoor kiezen
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Uit eerder gecontroleerd laboratoriumonderzoek weten we dat honden in staat zijn onderscheid te maken tussen menselijke geuren. Denk bijvoorbeeld aan scent line-ups en match-to-sample-opstellingen, waarbij een aangeboden referentiegeur moet worden gekoppeld aan één van meerdere afzonderlijke geurmonsters.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Een mantrailingsituatie is echter wezenlijk anders. Daar moet een hond een geur die afkomstig is van een voorwerp koppelen aan geurinformatie die verspreid aanwezig is in een complexe omgeving. Die informatie kan bovendien gefragmenteerd, verdund of door andere omstandigheden beïnvloed zijn.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           De onderzoekers wilden daarom niet opnieuw aantonen of honden menselijke geur kunnen discrimineren. Zij stelden een andere vraag:
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Kunnen getrainde mantrailhonden onder realistische veldomstandigheden betrouwbaar bepalen welk spoor bij de aangeboden individuele geur hoort, wanneer andere informatiebronnen zo veel mogelijk worden uitgesloten?
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Daarbij is vooral de initiële spoorkeuze belangrijk. De hond kan na het kiezen van een richting namelijk langdurig en overtuigend een spoor blijven volgen. Dat zegt op zichzelf nog niet dat hij bij de start daadwerkelijk het spoor van de juiste persoon heeft geselecteerd.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Hoe werd het onderzoek uitgevoerd?
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Aan het onderzoek namen 70 hond-geleidercombinaties deel. De honden verschilden sterk in achtergrond en ervaring. Er waren operationeel ingezette honden, sporthonden en recreatief getrainde mantrailhonden. Ongeveer 60 procent had een formeel mantrailingexamen of een deel daarvan behaald.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Het onderzoek werd uitgevoerd als een prospectief, gerandomiseerd en dubbelblind veldexperiment.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Dubbelblind betekende hier dat de geleider en het begeleidende personeel tijdenms de zoeking niet wisten:
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;ul&gt;&#xD;
    &lt;li&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            welk persoon de targetpersoon was;
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/li&gt;&#xD;
    &lt;li&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            in welke richting deze persoon was vertrokken;
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/li&gt;&#xD;
    &lt;li&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        &lt;span&gt;&#xD;
          
             en, bij bepaalde testen, of er sowieso een passend spoor aanwezig was.
            &#xD;
        &lt;/span&gt;&#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/li&gt;&#xD;
  &lt;/ul&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           De randomisatie vond op meerdere niveaus plaats. Onder meer de looprichting, de targetpersoon en de aanwezigheid van negatieve zoekingen werden door loting bepaald. Hiermee wilden de onderzoekers voorkomen dat verwachtingen of onbedoelde aanwijzingen de keuze van de hond of geleider zouden beïnvloeden.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           De testen vonden plaats op twee voormalige militaire terreinen met onder andere asfalt, grind, gras, bebouwing en vegetatie. De spoorleeftijd lag doorgaans tussen ongeveer 15 en 30 minuten. Als geurartikel werden zwarte sokken gebruikt die ongeveer een dag door de betreffende personen waren gedragen. Deze werden afzonderlijk bewaard in identieke glazen containers.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Twee verschillende testopstellingen
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            De teams kregen twee typen opdrachten. Bij de
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           single-trail test
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            vertrok één persoon vanaf een kruising met vier mogelijke richtingen. De hond moest bepalen in welke richting het aanwezige spoor liep.
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            Bij de
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           scent-discrimination test
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            vertrokken vier onbekende personen tegelijkertijd in vier verschillende richtingen. De hond kreeg vervolgens een willekeurig geselecteerd geurartikel aangeboden en moest het spoor kiezen van de persoon bij wie dit geurartikel hoorde.
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Daar kwam nog een belangrijk element bij: er konden ook negatieve trials voorkomen. In zo'n situatie kreeg de hond een geurartikel aangeboden van iemand die helemaal geen spoor had gelegd. De correcte beslissing was dan dus juist om geen van de aanwezige sporen als doelspoor te selecteren.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Dat laatste is methodologisch belangrijk. Alleen positieve zoekingen maken het immers moeilijk om te bepalen of een hond werkelijk de individuele targetgeur gebruikt of simpelweg leert dat er altijd ergens een spoor gekozen moet worden.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Wat kwam eruit?
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           In totaal werden 166 veldtesten uitgevoerd: 72 single-trail-tests en 94 scent-discrimination-tests.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Bij de single-trail-tests oriënteerden de honden zich in 28% van de gevallen correct richting het doelspoor. Omdat er vier mogelijke richtingen waren, bedroeg de statistische toevalsverwachting 25%.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Bij de scent-discrimination-test was 18% van de beslissingen correct. De bijbehorende toevalsverwachting bedroeg 20%.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Wanneer daadwerkelijk een doelspoor aanwezig was, werd in 19,7% van de gevallen correct gediscrimineerd. In negatieve trials werd in 11,1% van de gevallen correct besloten geen spoor te kiezen. De juiste targetpersoon werd uiteindelijk in 9% van de discriminatietesten gevonden, terwijl in 19% een verkeerde persoon werd gevonden.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Statistisch bleven de resultaten daarmee binnen wat op basis van toeval verwacht mocht worden.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Een eenmalig succes is nog geen betrouwbare vaardigheid
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Een bijzonder interessant onderdeel van het onderzoek was de herhaalde test. Teams die in de eerste ronde een correcte of deeld veelbelovende prestatie hadden laten zien, werden opnieuw getest. Daarmee kon worden onderzocht of succesvolle prestaties ook reproduceerbaar waren.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Van de 70 teams werden er 20 geselecteerd voor een tweede ronde. Daar behaalden drie teams een true-positive resultaat. Vervolgens werden vijf teams nog een derde keer getest. In die derde ronde behaalde geen enkel team een correcte uitkomst.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Ook bij de geselecteerde teams stabiliseerde de prestatie dus niet boven toevalsniveau.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Dat is een belangrijk punt wanneer prestaties van werkhonden worden beoordeeld. Een correcte uitkomst tijdens één zoeking bewijst nog niet automatisch dat de onderliggende discriminatievaardigheid betrouwbaar aanwezig is. Daarvoor moet de prestatie onder gecontroleerde omstandigheden herhaald kunnen worden.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Een spoor volgen of het juiste spoor volgen?
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Misschien wel het interessantste onderscheid uit het onderzoek is dat tussen trail following en trail selection. Meerdere honden bleken eenmaal gekozen sporen over aanzienlijke afstand te kunnen volgen. Het probleem was dat het gekozen spoor niet betrouwbaar het spoor van de targetpersoon bleek te zijn.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Een hond kan dus overtuigend speurgedrag laten zien, richting kiezen, commitment tonen en een bestaand menselijk spoor volgen, terwijl daarmee nog niet is aangetoond dat hij dat spoor heeft geselecteerd op basis van de individuele geur van het aangeboden geurartikel.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Voor training en beoordeling is dat onderscheid wezenlijk.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           De mogelijke invloed van andere informatie
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           De onderzoekers bespreken daarnaast de mogelijke rol van niet-olfactorische informatie. Honden werken nooit in een volledig informatiearme omgeving. Zij kunnen leren van ruimtelijke patronen, zoekroutines, lichaamstaal, beweging van de geleider, context en verwachtingen. In eerder onderzoek met detectiehonden is al aangetoond dat verwachtingen van geleiders invloed kunnen hebben op zoekgedrag en de beoordeling daarvan.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Ook in dit onderzoek werden gedragingen waargenomen die volgens de auteur passen bij onder meer cueing en condition bias. In sommige gevallen volgden honden bijvoorbeeld trajecten die overeenkwamen met vooraf geplande, maar uiteindelijk niet gebruikte routes.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Vanuit leertheoretisch perspectief is dat interessant. Wanneer contextuele of sociale aanwijzingen voorspelbaarder zijn dan de relevante geurinformatie, kunnen juist die aanwizjingen controle krijgen over het gedrag.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Meer trainen hoeft dan niet automatisch te betekenen dat de hond beter leert discrimineren op basis van de targetgeur. Het kan ook betekenen dat bepaalde zoekstrategieën, verwachtingen of contextuele routines steeds sterker worden.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Wat zegt dit onderzoek niét?
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Hier is zorgvuldigheid belangrijk. Dit onderzoek zegt niet dat honden geen menselijke geuren kunnen onderscheiden. De algemene olfactorische discriminatiecapaciteit van honden staat hier niet ter discussie.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Het onderzoek zegt ook niet dat iedere vorm van mantrailing, speuren of geurzoeken waardeloos is.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           De conclusie is veel specifieker:
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Binnen de onderzochte opzet konden de mantrailinghonden niet reproduceerbaar boven toevalsniveau aantonen dat zij bij de start op basis van een geurartikel het juiste individuele spoor uit concurrerende sporen selecteerden.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           De auteur benadrukt zelf dat deze bevindingen niet zonder meer overdraagbaar zijn naar detectiehonden of andere vormen van scent-based-search.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Ook moet worden bedacht dat de gekozen uitkomstmaat streng was. De onderzoekers beoordeelden specifiek de eerste richtingskeuze. Dat is niet hetzelfde als het beoordelen van het volledige operationele zoekproces. Tegelijkertijd was juist deze keuze bewust gemaakt, omdat de initiële spoorselectie essentieel is wanneer aan de uitkomst persoonsgebonden of forensische betekenis wordt toegekend.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Wat kunnen we hiervan meenemen naar de praktijk?
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Voor mij zit de waarde van dit onderzoek niet in de boodschap dat een bepaalde discipline 'wel' of  'niet' werkt. De belangrijkste les zit in hoe kritisch we kijken naar wat gedrag van een hond daadwerkelijk bewijst.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Een hond die een spoor oppakt en overtuigend volgt, toont daarmee zoek- en volgvaardigheid. Maar wanneer we willen stellen dat de hond specifiek het spoor van één bepaalde persoon heeft geselecteerd op basis van een aangeboden referentiegeur, stellen we een veel zwaardere eis.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Daarom zijn onder meer blind en dubbelblind trainen, negatieve sporen/zoekingen, controles, de randomisatie en herhaalbaarheid zo belangrijk. Niet om het werk van hond en geleider kunstmatig moeilijk te maken, maar om zo goed mogelijk te kunnen onderscheiden welke stimulus het gedrag daadwerkelijk aanstuurt.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Dat sluit aan bij een belangrijk uitgangspunt binnen evidence-informed trainen: niet alleen kijken naar wat lijkt te werken, maar ook kritisch onderzoeken waarom het werkt en of hetzelfde resultaat onder gecontroleerde omstandigheden opnieuw optreedt.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Wetenschappelijk onderzoek zoals dit hoeft daarmee niet tegenover de praktijk te staan. Het kan juist helpen om die praktijk scherper te bekijken, trainingsvragen beter te formuleren en aannames te toetsen.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Bron
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Dit artikel is een Nederlandse bespreking en samenvatting door Sander Dijksma/Dogtection B.V. van:
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Volmary, V. (2026)
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           . Initial trail selection in mantrailing dogs under double-blind field conditions: a statistical evaluation of scent discrimination performance. Forensic Science International: Synergy, 12, 100682. DOI: 10.1016/j.fsisyn.2026.100682.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            Het oorspronkelijke artikel is open access gepubliceerd onder een CC BY-NC-ND 4.0-licentie.
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      &lt;br/&gt;&#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Auteur van deze bespreking: Sander Dijksma
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Het oorspronkelijke onderzoek is niet uitgevoerd door Dogtection B.V.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;</content:encoded>
      <pubDate>Mon, 10 Aug 2026 14:53:41 GMT</pubDate>
      <guid>https://www.dogtection.nl/mantrailing-onder-de-loep-eerste-spoorkeuze</guid>
      <g-custom:tags type="string">Artikel</g-custom:tags>
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/6d593818/dms3rep/multi/2025_variabel+oppervlakte+speuren+%287%29.png">
        <media:description>thumbnail</media:description>
      </media:content>
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/6d593818/dms3rep/multi/2025_variabel+oppervlakte+speuren+%287%29.png">
        <media:description>main image</media:description>
      </media:content>
    </item>
    <item>
      <title>Nature versus Nurture: hoe genetica en omgeving het gedrag van honden beïnvloeden</title>
      <link>https://www.dogtection.nl/nature-versus-nurture-hoe-genetica-en-omgeving-het-gedrag-van-honden-beinvloeden</link>
      <description />
      <content:encoded>&lt;div&gt;&#xD;
  &lt;img src="https://irp.cdn-website.com/6d593818/dms3rep/multi/dogs-1626328_1280.jpg"/&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;&#xD;
&lt;div data-rss-type="text"&gt;&#xD;
  &lt;h3&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Wanneer we nadenken over het gedrag van onze honden, stellen we ons vaak de vraag: waarom doet mijn hond dit of dat? Deze vraag leidt ons naar een van de meest intrigerende discussies binnen de hondenwereld: het debat tussen 'nature' (aangeboren) en 'nurture' (opgevoed). Net als bij mensen zijn de gedragingen van honden het resultaat van zowel hun genetische achtergrond als de omgevingsfactoren waarmee ze worden geconfronteerd. In deze blog onderzoeken we hoe deze twee elementen inwerken op het gedrag van verschillende hondenrassen en hoe ze onze interactie met deze trouwe viervoeters beïnvloeden.
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/h3&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;&#xD;
&lt;div data-rss-type="text"&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Hondenrassen zijn ontwikkeld met specifieke taken en vaardigheden in gedachten; dit heeft geleid tot variatie in temperament, gedragingen en gehoorzaamheid. Neem bijvoorbeeld herdershonden zoals de Border Collie of de Mechelse Herder. Deze rassen zijn van nature zeer gericht op hun baas en zijn gefokt om samen te werken met mensen bij taken zoals het hoeden van schapen. Hun genetische predispositie maakt ze bijzonder leergierig en gehoorzaam, omdat ze in een team moeten functioneren om hun taken effectief uit te voeren. Deze baas-georiënteerde houding helpt hen niet alleen bij hun werk, maar bevordert ook een sterke band met hun eigenaar.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
            
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Aan de andere kant hebben we rassen zoals de Siberische Husky of de Akita, die van nature zelfstandiger zijn. Deze honden zijn gefokt om in uitdagende omgevingen te overleven, wat hen een grotere onafhankelijkheid en zelfredzaamheid geeft. Dit kan resulteren in gedrag dat door sommige eigenaren als 'onordelijk' wordt beschouwd, omdat ze minder geneigd zijn om te luisteren of te volgen. Het is niet dat deze honden niet willen luisteren, maar eerder dat hun genetische achtergrond hen heeft uitgerust om zelfstandig te denken en te handelen.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
            
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Het opvoeden speelt ook een cruciale rol in hoe een hond zal reageren en zich zal gedragen. Honden die op jonge leeftijd goed worden gesocialiseerd en getraind, hebben de kans om de juiste vaardigheden te ontwikkelen om zich aan te passen aan hun omgeving. Een hond met een sterke natuurlijke neiging tot zelfstandig gedrag kan door consistente training en positieve bekrachtiging leren luisteren en samenwerken met zijn eigenaar. Aan de andere kant kan een gebrek aan sociale interactie en training ervoor zorgen dat zelfgerichte honden hun onafhankelijkheid nog verder ontwikkelen, wat hun gehoorzaamheid negatief kan beïnvloeden.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
            
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Dus, als je hond niet goed luistert, is het belangrijk om te bedenken dat dit gedrag voort kan komen uit zijn 'nature'. Het betekent niet dat je hond niet wil reageren, maar dat hij een andere manier van denken en doen heeft ontwikkeld die voortvloeit uit zijn genetische achtergrond. Het is cruciaal voor eigenaren om zich te verdiepen in het ras van hun hond en om geduld en begrip te hebben bij de training en omgang.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
            
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Het begrijpen van de balans tussen nature en nurture is essentieel voor elke hondenbezitter. Door te erkennen dat het gedrag van elke hond niet alleen wordt beïnvloed door zijn opvoeding, maar ook door zijn genetische erfgoed, kunnen eigenaren effectievere trainingstechnieken toepassen en de relatie met hun hond versterken. Of je nu een baas-georiënteerde herder of een zelfstandige avonturier hebt, het is belangrijk om te begrijpen hoe deze factoren samenkomen om een unieke persoonlijkheid te vormen. Door dit inzicht kunnen we beter afstemmen op de behoeften van onze honden en hen helpen de beste versies van zichzelf te worden.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;</content:encoded>
      <enclosure url="https://irp.cdn-website.com/6d593818/dms3rep/multi/shelties-3906607_1280.jpg" length="148143" type="image/jpeg" />
      <pubDate>Thu, 31 Jul 2025 22:13:15 GMT</pubDate>
      <guid>https://www.dogtection.nl/nature-versus-nurture-hoe-genetica-en-omgeving-het-gedrag-van-honden-beinvloeden</guid>
      <g-custom:tags type="string">Blog</g-custom:tags>
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/6d593818/dms3rep/multi/shelties-3906607_1280.jpg">
        <media:description>thumbnail</media:description>
      </media:content>
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/6d593818/dms3rep/multi/shelties-3906607_1280.jpg">
        <media:description>main image</media:description>
      </media:content>
    </item>
    <item>
      <title>De meerwaarde van ganganalyse bij honden: inzicht voor betere training</title>
      <link>https://www.dogtection.nl/de-meerwaarde-van-ganganalyse-bij-honden-inzicht-voor-betere-training</link>
      <description />
      <content:encoded>&lt;div&gt;&#xD;
  &lt;img src="https://irp.cdn-website.com/6d593818/dms3rep/multi/oefendag+lage+mierde+2023-315_Original-855f53d6.JPG"/&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;&#xD;
&lt;div data-rss-type="text"&gt;&#xD;
  &lt;h3&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Ganganalyse is een waardevol instrument voor hondenbezitters, trainers en dierenartsen. Het stelt ons in staat om de manier waarop een hond beweegt te begrijpen en te interpreteren, wat cruciaal is voor zowel de gezondheid als de training van onze viervoeters. Maar wat houdt ganganalyse precies in, en hoe kunnen we de resultaten gebruiken om de training van onze honden te verbeteren?
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/h3&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;&#xD;
&lt;div data-rss-type="text"&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Ganganalyse is het proces waarbij de bewegingspatronen van een hond worden geobserveerd en geanalyseerd. Dit kan helpen bij het identificeren van afwijkingen in het lopen, die indicatoren kunnen zijn van onderliggende problemen, zoals pijn, ongemak of spierzwakte. Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen afwijkingen die trainbaar zijn en situaties waarin het noodzakelijk is om een dierenarts te consulteren.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
            
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Trainbare afwijkingen zijn vaak gerelateerd aan techniek en coördinatie, zoals onregelmatig lopen of een slechte houding. In dergelijke gevallen kan een goed ontworpen trainingsplan de beweeglijkheid, spierversterking en coördinatie van de hond verbeteren. Dit brengt ons bij de noodzaak van een gerichte training, waarbij oefeningen gericht zijn op kracht, balans en flexibiliteit om weer een optimaal bewegingspatroon te bevorderen.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
            
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Aan de andere kant zijn er aandoeningen die medische aandacht vereisen, zoals blessures of genetische afwijkingen. In deze gevallen is het cruciaal om een dierenarts te raadplegen voor een grondige evaluatie en behandeling.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
            
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Door ganganalyse toe te passen, kunnen trainers en eigenaren inzicht krijgen in de specifieke behoeften van hun honden. Dit stelt hen in staat om een gerichter trainingsplan op te stellen dat aansluit bij de unieke situatie van de hond, wat leidt tot betere prestaties en een verbeterde algehele gezondheid.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
            
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Samenvattend biedt het interpreteren van ganganalyse veel voordelen voor honden en hun eigenaren. Of het nu gaat om het trainen van afwijkingen of het herkennen van medische problemen, een goed begrip van de beweging van onze honden helpt ons om hen de zorg en training te geven die ze verdienen.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;</content:encoded>
      <enclosure url="https://irp.cdn-website.com/6d593818/dms3rep/multi/UJSZ5958.JPG" length="132080" type="image/jpeg" />
      <pubDate>Wed, 19 Feb 2025 20:02:01 GMT</pubDate>
      <guid>https://www.dogtection.nl/de-meerwaarde-van-ganganalyse-bij-honden-inzicht-voor-betere-training</guid>
      <g-custom:tags type="string">Blog</g-custom:tags>
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/6d593818/dms3rep/multi/UJSZ5958.JPG">
        <media:description>thumbnail</media:description>
      </media:content>
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/6d593818/dms3rep/multi/UJSZ5958.JPG">
        <media:description>main image</media:description>
      </media:content>
    </item>
    <item>
      <title>De betekenis achter K9: meer dan alleen werkhonden</title>
      <link>https://www.dogtection.nl/de-betekenis-achter-k9-meer-dan-alleen-werkhonden</link>
      <description />
      <content:encoded>&lt;div&gt;&#xD;
  &lt;img src="https://irp.cdn-website.com/6d593818/dms3rep/multi/Takelen+hond.JPG"/&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;&#xD;
&lt;div data-rss-type="text"&gt;&#xD;
  &lt;h3&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           In de wereld van werkhonden, zoals politie- en zoekhonden, kom je vaak de term 'K9' tegen. Deze afkorting is niet alleen een trendy label, maar het heeft een diepere betekenis die teruggaat naar de natuurlijke eigenschappen van onze harige vrienden. Maar wat betekent K9 precies en waar komt het vandaan?
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/h3&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;&#xD;
&lt;div data-rss-type="text"&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           De term 'K9' is een fonetische afkorting van het Engelse woord 'canine,' dat simpelweg 'hond' betekent. De letter 'K' staat voor het begin van 'canine,' terwijl de '9' de klank van 'nine' vertegenwoordigt. Dit spel met woorden legt een sterke link tussen de honden en hun specifieke rol in onze samenleving.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
            
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Daarnaast verwijst de term ook naar de hoektanden van honden, die in de tandheelkunde 'canines' worden genoemd. Deze scherpe en krachtige tanden zijn karakteristiek voor honden en een belangrijk kenmerk dat hen onderscheidt binnen de dierenfamilie. Deze dubbele betekenis van 'K9' benadrukt niet alleen de trouw en scherpzinnigheid van deze dieren, maar ook hun essentiële bijdrage aan de maatschappij als werkhonden.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
            
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Of het nu gaat om het opsporen van stoffen, het assisteren van wetshandhaving of het bieden van ondersteuning in noodgevallen, K9-honden zijn krachtige en betrouwbare partners. Hun naam weerspiegelt zowel hun identiteit als hun expertise, en dat maakt K9 een term om trots op te zijn.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
            
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Met deze achtergrond in gedachten, kunnen we de waarde van K9-honden in ons dagelijks leven beter waarderen en begrijpen waarom ze zulke belangrijke rolmodellen zijn in de wereld van werkhonden.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;</content:encoded>
      <enclosure url="https://irp.cdn-website.com/6d593818/dms3rep/multi/AOT+%28BSB%29+hond+op+dak.JPG" length="251719" type="image/jpeg" />
      <pubDate>Thu, 02 Jan 2025 00:35:42 GMT</pubDate>
      <guid>https://www.dogtection.nl/de-betekenis-achter-k9-meer-dan-alleen-werkhonden</guid>
      <g-custom:tags type="string">Blog</g-custom:tags>
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/6d593818/dms3rep/multi/AOT+%28BSB%29+hond+op+dak.JPG">
        <media:description>thumbnail</media:description>
      </media:content>
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/6d593818/dms3rep/multi/AOT+%28BSB%29+hond+op+dak.JPG">
        <media:description>main image</media:description>
      </media:content>
    </item>
    <item>
      <title>Honden op hoogte: heldhaftige hulp in hoogteoperaties</title>
      <link>https://www.dogtection.nl/honden-op-hoogte-heldhaftige-hulp-in-hoogteoperaties</link>
      <description />
      <content:encoded>&lt;div&gt;&#xD;
  &lt;img src="https://irp.cdn-website.com/6d593818/dms3rep/multi/IMG_6075-862ab472.JPG"/&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;&#xD;
&lt;div data-rss-type="text"&gt;&#xD;
  &lt;h3&gt;&#xD;
    &lt;strong&gt;&#xD;
      
           Honden zijn al eeuwenlang trouwe metgezellen en helpers van de mens, maar hun rol gaat veel verder dan alleen gezelschap. Bij verschillende soorten operaties, werken honden regelmatig in uitdagende omgevingen, zoals op hoogte of in diepte. Deze viervoeters bieden niet alleen ondersteuning, maar kunnen ook levens redden. 
          &#xD;
    &lt;/strong&gt;&#xD;
  &lt;/h3&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;&#xD;
&lt;div data-rss-type="text"&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Honden worden vaak ingezet bij operaties op hoogte, zoals bergreddingen, het opzoeken en onder controle brengen van personen in een omgeving met hoogteverschil(len) of bij het doorzoeken van gebouwen na een ramp. Ook in diepte, zoals bij ondergrondse zoekacties of in de waterredding, spelen zij een cruciale rol. Honden zijn getraind om personen te vinden door hun uitstekende reukvermogen in moeilijke omstandigheden, zoals onder puin of in de bossen tegen steile hellingen.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
            
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Diverse organisaties maken gebruik van honden die ingezet worden in een omgeving met hoogteverschillen. Overheidsdiensten zoals de douane, defensie en politie gebruiken honden voor bijvoorbeeld drugs- en explosievenopsporing. Reddingsdiensten, zoals search and rescue teams en alpiene reddingsteams, zetten gespecialiseerde honden in voor zoek- en reddingsoperaties. Particuliere diensten, zoals beveiligingsbedrijven, gebruiken honden ook om de veiligheid in complexe omgevingen te waarborgen, waaronder ook op hoogte of in diepte.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
            
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Het werken op hoogte met honden vereist zorgvuldige planning en aandacht voor de veiligheid van zowel de hond als de geleider. Belangrijke aandachtspunten zijn:
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;ul&gt;&#xD;
    &lt;li&gt;&#xD;
      &lt;strong&gt;&#xD;
        
            Veiligheid
           &#xD;
      &lt;/strong&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            : Zorg voor geschikte PBM, een passend harnas voor de hond en middelen die voorkomen dat de hond naar beneden valt;
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/li&gt;&#xD;
    &lt;li&gt;&#xD;
      &lt;strong&gt;&#xD;
        
            Training
           &#xD;
      &lt;/strong&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            : Honden en hun geleiders moeten speciaal getraind zijn voor de uitdagingen van het werken op hoogte, inclusief het wennen aan de omgeving en (het werken met) de uitrusting;
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/li&gt;&#xD;
    &lt;li&gt;&#xD;
      &lt;strong&gt;&#xD;
        
            Fysieke conditie
           &#xD;
      &lt;/strong&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            : Honden en hun geleiders moeten in uitstekende fysieke conditie zijn om de uitdagingen van het werken op hoogte aan te kunnen;
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/li&gt;&#xD;
    &lt;li&gt;&#xD;
      &lt;strong&gt;&#xD;
        
            Stressmanagement
           &#xD;
      &lt;/strong&gt;&#xD;
      &lt;span&gt;&#xD;
        
            : Het is essentieel om te zorgen voor een positieve en (zoveel mogelijke) stressvrije ervaring, zodat de hond optimaal kan en blijft presteren.
           &#xD;
      &lt;/span&gt;&#xD;
    &lt;/li&gt;&#xD;
  &lt;/ul&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
            
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Bepaalde hondenrassen zijn bijzonder geschikt voor het werken met hoogteverschillen vanwege hun temperament en vaardigheden. Rassen zoals de Mechelse Herder, Duitse Herder, Labrador Retriever en Border Collie zijn populair vanwege hun trainbaarheid, uithoudingsvermogen en uitstekende zintuigen. Deze werkhonden zijn in staat om uitdagende taken aan te pakken en zijn betrouwbaar wanneer er gehandeld moet worden in noodsituaties. Door de inzet van deze heldhaftige honden worden talloze levens gered, en ze zijn onmisbaar in de strijd tegen gevaarlijke situaties op hoogte en in diepte.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
            
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
  &lt;p&gt;&#xD;
    &lt;span&gt;&#xD;
      
           Wil je meer weten over het werken op hoogte met honden of ben je geïnteresseerd in een van onze cursussen of workshops? Neem contact met ons op via info@dogtection.nl.
          &#xD;
    &lt;/span&gt;&#xD;
  &lt;/p&gt;&#xD;
&lt;/div&gt;</content:encoded>
      <enclosure url="https://irp.cdn-website.com/6d593818/dms3rep/multi/IMG_0586.jpg" length="310089" type="image/jpeg" />
      <pubDate>Mon, 09 Dec 2024 23:54:05 GMT</pubDate>
      <guid>https://www.dogtection.nl/honden-op-hoogte-heldhaftige-hulp-in-hoogteoperaties</guid>
      <g-custom:tags type="string">Blog</g-custom:tags>
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/6d593818/dms3rep/multi/IMG_6075-862ab472.JPG">
        <media:description>thumbnail</media:description>
      </media:content>
      <media:content medium="image" url="https://irp.cdn-website.com/6d593818/dms3rep/multi/IMG_0586.jpg">
        <media:description>main image</media:description>
      </media:content>
    </item>
  </channel>
</rss>
